De NAVO: Al 65 jaar een obstakel voor de vrede

Op 4 april viert de NAVO haar 65ste verjaardag. Laat ons voor de gelegenheid enkele kanttekeningen plaatsen bij het officiële verhaal over ’s werelds machtigste militaire bondgenootschap. Neen, de NAVO was niet bedoeld om Europa te verdedigen tegen een invasie vanuit de Sovjet-Unie… Wat ons ook dadelijk helpt verklaren waarom de NAVO na het verdwijnen van de Sovjet-Unie is blijven voortbestaan.

Kort samengevat

Er is in de wereld sinds 1949 – het jaar waarin de NAVO werd opgericht – heel wat veranderd. Ook de NAVO is veranderd: van een militair bondgenootschap van 12 lidstaten werd de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) omgeturnd tot een bondgenootschap van 28 lidstaten met een wereldwijd vertakt netwerk van partnerlanden – een uitbreidingsproces dat in een stroomversnelling kwam na het verdwijnen van de Sovjet-Unie in 1991.

Maar ondanks alle geopolitieke omwentelingen – van de val van Berlijnse Muur (1989) tot de opkomst van de groeilanden, de zgn. BRICS (vanaf 2000), en ondanks alle hervormingen van de NAVO die daaruit voortvloeiden – loopt er toch een rode draad doorheen 65 jaar NAVO-geschiedenis. Die rode draad, tevens de ware inzet van de NAVO, is het streven naar politieke en economische wereldoverheersing van de VS sinds Wereldoorlog II. Een kwestie van bittere economische noodzaak, zoals we zullen zien.

DE NAVO IN CONTEXT: KRUISTOCHT VOOR “FREE ENTEPRISE”

Laat ons beginnen bij het begin. We kunnen de oprichting van de NAVO in 1949 enkel begrijpen in de context van de “Koude Oorlog”: de strijd van het Amerikaanse imperialisme tegen “het communisme”, een vijand die karikaturaal werd voorgesteld als een wereldwijde samenzwering tegen de vrijheid, aangestuurd vanuit Moskou.

In werkelijkheid was de “Koude Oorlog” (1945-1990) een langgerekte en vuile oorlog – waarbij geen enkele techniek geschuwd werd – tegen 3 vijanden:

  1. tegen de Sovjet-Unie en haar bondgenoten;
  2. tegen de ‘interne vijand’ in West-Europa, dwz. de sterke communistische partijen die tijdens de oorlog de ruggegraat waren van het antifascistische verzet, en die met hun sociale eisen vanaf 1945 een bedreiging vormden voor het na-oorlogse herstel van het kapitalisme in Europa; en
  3. tegen alle progressieve en onafhankelijke regeringen en volksbewegingen in de Derde Wereld, of ze nu communistisch waren of niet.

Wat was het verband? Deze drie vijanden hadden in de ogen van de VS één euvel gemeen: dat ze een rem zetten – of dreigden te zetten – op de vrije toegang tot ’s werelds markten voor Amerikaanse producten en investeringen, evenals op de controle over ’s werelds grondstoffen. Dat brengt ons bij de (economische) kern van de zaak.

Economische crisis afwenden

De Belgisch-Canadese historicus Jacques Pauwels vat het dilemma waarmee de Amerikaanse leiders zich na Wereldoorlog II geconfronteerd zagen, als volgt samen:

“Amerika vreesde na de oorlog voor een nieuwe economische crisis, tenzij een oplossing werd gevonden voor de wanverhouding tussen vraag en aanbod (…) Men hoopte de vraag in een gunstig evenwicht met de gestegen productiviteit te kunnen houden dank zij de buitenlandse handel en daarom moesten de Amerikaanse producten (en investeringen) overal ter wereld een ‘open deur’ vinden.”

Hij vervolgt: “De VS hadden er dus groot belang bij dat er liefst overal ter wereld figuren aan de macht kwamen waarmee zij zaken konden doen, mensen die tot profijt van de yankees de economische spelregels van free enterprise en free trade eerbiedigden. Daarom staken de Amerikanen consequent stokken in de wielen van alle linksen, sociaal-democraten zowel als communisten, al waren die nog zo patriottisch en antifascistisch geweest en genoten ze nog zoveel steun bij de bevolking. (…) Omgekeerd begunstigden en ondersteunden de Amerikanen overal conservatieve figuren die zelf vanouds voordeel hadden weten te halen van de kapitalistische spelregels.”

Dát was de fundamentele inzet van de “Koude Oorlog” en van de hele buitenlandpolitiek van de VS, waarin de NAVO een instrument was (en nog steeds is). Laten we eens kijken hoe dat in zijn werk gaat.

VAN HIROSHIMA TOT STAR WARS: DE NAVO EN DE UITPUTTINGSSLAG TEGEN DE SOVJET-UNIE 

De Amerikaanse president Truman hoopte na de nederlaag van Nazi-Duitsland, in 1945, snel komaf te kunnen maken met het socialisme in de Sovjet-Unie.

Dat deed hij op een extreem brutale manier, via een combinatie van militaire intimidatie (de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki) en economische druk (het weigeren van herstelbetalingen aan de Sovjet-Unie uit het geïndustrialiseerde westen van Duitsland, wat tot de splitsing van Duitsland leidde, en het aanbieden van geconditioneerde “hulp” via het Marshallplan, wat door de Sovjet-Unie geweigerd werd). Truman ving bot. De nieuwe vijand bleek taai: er was uiteindelijk een 40-jarige wurggreep rond de Sovjet-Unie voor nodig om het land op de knieën te krijgen…

De wapenwedloop als ondermijningsstrategie

Die langgerekte strijd tegen de Sovjet-Unie werd gevoerd op drie 3 fronten tegelijk: 1) het diplomatiek-militaire front, 2) het economische front en 3) het ideologische front. De NAVO was vooral een instrument in de uitputtingsslag op het militaire front, maar had ook effecten op beide andere fronten.

De NAVO was functioneel om de Sovjet-Unie via de (nucleaire) wapenwedloop militair (en financieel) uit te putten. De Sovjet-Unie werd meegezogen in de wapenwedloop door “warme” Amerikaanse oorlogen in de periferie, door de plaatsing van Amerikaanse kernraketten in Europa en Turkije en door de constante modernisering van het Amerikaanse oorlogstuig. Van Hiroshima tot Star Wars, zo vat de italiaanse historicus Domenico Losurdo de wapenwedloop samen.

Deze militaire krachtmeting had voor de Sovjet-Unie ook economische en ideologische gevolgen. Zoals Edward Herman uitlegt, verplichtte de wapenwedloop de Sovjets “om middelen te steken in wapens eerder dan in de welvaart, het geluk en de loyauteit van haar bevolking. Het moedigde, door een reële veiligheidsdreiging te stellen, ook repressie aan, wat dan op haar beurt de loyauteit van de bevolking en de reputatie van de staat in het buitenland ondermijnde.”

De Amerikaanse provocatie en war by proxy tegen de Sovjet-Unie in Afghanistan (vanaf 1979) diende de aldus verzwakte Sovjet-Unie vervolgens de militaire doodsteek toe – althans volgens Zbigniew Brzezinski, die als veiligheidsadviseur van president Jimmy Carter de architect was van deze operatie.

Het gevaar van het ‘slechte’ voorbeeld

Maar waarom moest de Sovjet-Unie koste wat het kost verdwijnen? Het eerste doel van de “Koude Oorlog” was natuurlijk, geheel in de hoger geschetste economische logica, het herstel van het kapitalisme in de socialistische landen zelf, dwz. het opnieuw “open” maken van de aanzienlijke markten van de Sovjet-Unie en haar bondgenoten in Oost-Europa voor Amerikaanse producten en investeringen.

Maar er was ook een tweede doel: het uitschakelen van het “slechte voorbeeld”. Want ondanks alle anti-communistische propaganda genoot de Sovjet-Unie voor zowel als na de Tweede Wereldoorlog wereldwijd een groot aanzien, en inspireerde zij volks- en bevrijdingsbewegingen met haar alternatief voor kapitalisme en (neo)koloniale overheersing.

Die angst voor het “slechte voorbeeld”, bekend geworden als de “domino”-theorie, was tevens de motor achter tientallen VS-interventies in de Derde Wereld, met de Vietnamoorlog als gewelddadig hoogtepunt. Ook het economische embargo tegen socialistisch Cuba past in dat plaatje.

Vaak waren deze doelwitten in economisch opzicht relatief onbelangrijk. Hoe valt de Amerikaanse hardnekkigheid dan te verklaren? In de woorden van Noam Chomsky: “The weaker and poorer a country is, the more dangerous it is as an example. If a tiny, poor country like Grenada can succeed in bringing about a better life for its people, some other place that has more ressources will ask, “why not us?” (…) If you want a global system that’s subordinated to the needs of US investors, you can’t let pieces of it wander off.”

NA DE KOUDE OORLOG, BUSINESS AS USUAL

Met de “instorting” van de Sovjet-Unie en het opdoeken van het Warschaupact (de socialistische tegenhanger van de NAVO, die in 1955 werd opgericht als reactie op de herbewapening van Duitsland en de integratie van Duitsland in de NAVO), verdween ook de officiële bestaansreden van de NAVO. Dus ook de NAVO zelf? Toch niet.

Integendeel. De NAVO ging een versnelling hoger. Om te beginnen door uit te breiden: één voor één slokte de NAVO de vroegere landen van het Warschaupact op (ondanks een belofte om dat niet te doen van president Bush sr. aan Michail Gorbatchov, de laatste leider van de Sovjet-Unie). De NAVO begon ook wereldwijd
“partnerships” af te sluiten. Die nieuweGlobal NATO moest de VS toelaten om, in de woorden van neo-con Robert Kagan, “op elk gewenst moment bijna overal ter wereld te kunnen interveniëren”.

Eigenlijk zou dat niemand mogen verbazen.

“Out-of-area”, iets nieuws?

De vaak gehoorde stelling – kritisch bedoeld – dat “de NAVO zich in de jaren 90 heeft omgevormd van een defensieve tot een offensieve alliantie die zich het recht toe-eigent om out-of-area te opereren (cfr. Joegoslavië, Afghanistan, Libië)” is misleidend.

Toegegeven: uit het Nieuw Strategisch Concept waarop de NAVO zichzelf trakteerde in 1999 (herzien in 2010) sprak een meer offensieve houding dan de ‘defensieve’ pose die de NAVO zich tijdens de “Koude Oorlog” had aangemeten. Het document identificeerde ook de broodnodige nieuwe vijanden en uitdagingen, nu “het communisme” er niet meer was. Maar was dat meer dan oude wijn in nieuwe zakken?

De NAVO is immers nooit een defensief bondgenootschap geweest! De dreiging van een Sovjet-expansie in Europa was verzonnen. En de oorlog in Korea (1950-1953) bewees amper één jaar na de oprichting van de NAVO al hoe wereldwijd en ‘out-of-area’ de ambities van de alliantie waren.

Korea, de oorlog die de NAVO op de rails zette

Het agressieve karakter van het Nieuw Strategisch Concept van de NAVO zat net zo goed al vervat in een buitengewoon belangrijk Amerikaans document uit 1950, National Security Council Paper 68 (NSC-68), dat toen reeds pleitte voor een forse uitbouw van het Amerikaanse leger, en de stelling verkondigde dat het er niet alleen om ging Europa te beschermen “tegen het communisme”, maar de hele wereld!

En dadelijk werd ook de daad bij het woord gevoegd met de oorlog in Korea (1950-1953), een oorlog die gevoerd werd in naam van het anti-communisme en waaraan 9 van de 12 toenmalige, kersverse NAVO-lidstaten participeerden. Ook België.

Die Koreaanse oorlog was een belangrijke etappe in de wordingsgeschiedenis van de NAVO, ook al was het geen officiële NAVO-oorlog. Ze hielp de banden van het Trans-Atlantische kamp verstevigen. Ze was ook het excuus voor de VS om binnen een geïntegreerde NAVO-commandostructuur – onder leiding van generaal Dwight Eisenhauwer, die later president werd – een uitgebreid contingent grondtroepen in Europa te stationeren.

De NAVO, een troefkaart voor de VS

Na Korea kwamen er nog tal van andere open en verdoken interventies van de VS, vooral tegen progressieve regeringen of volksbewegingen in de Derde Wereld.

Dat deze oorlogen van de VS geen officiële NAVO-operaties waren, betekent niet dat het bestaan van de NAVO daarin geen faciliterende rol speelde. De NAVO was zonder meer een troef voor de VS bij haar vele oorlogen, al was het maar omdat de VS logistiek hun voordeel konden doen bij de NAVO-infrastructuur.

Het voorbeeld van de wapentransporten over Belgisch grondgebied tijdens de Irakoorlog in 2003 (een oorlog waar België samen met Frankrijk en Duitsland officieel tegen gekant was) maakt dat duidelijk.

VIJANDEN, NEW & OLD STYLE

Terug naar vandaag. De pijlen van de NAVO blijven als vanouds gericht op iedereen die de economische deur niet helemaal openzet of die een (te) onafhankelijke koers vaart – getuige daarvan de NAVO-oorlogen tegen Joegoslavië (Kosovo, 1999) en Libië (2011), en natuurlijk de Amerikaanse invasie van Irak (2003)

Maar de pijlen van de NAVO zijn ook – en steeds meer – gericht tegen de opkomende landen (in de eerste plaats de zgn. “BRICS”: Brazilië, Rusland, Indië, China, Zuid-Afrika).

De opkomende landen

Het probleem (voor het Westen) is dat deze landen sinds 2000 zélf buitenlandse markten beginnen in te pikken en op die manier ook “deuren sluiten” voor Amerikaanse producten en kapitaal (zij het op een andere manier dan de socialistische landen destijds). Deze groeilanden treden ook met de VS in concurrentie voor de controle over en toegang tot ’s werelds grondstoffen.

In die context moeten we de militaire omsingeling zien van Rusland (uitbreiding van de NAVO) en China (de zgn. ‘Pivot to Asia’), evenals de groeiende militaire bemoeizucht van de NAVO-landen in Afrika.

De opkomst van die nieuwe concurrenten houdt trouwens verband met een contradictie in de Amerikaanse (oorlogs)economie zelf. De Amerikaanse economie wordt sinds Wereldoorlog II gekenmerkt door een soort “militair keynesianisme”. Via het Pentagon wordt de Amerikaanse economie – althans toch de grote bedrijven – zwaar gesubsidieerd. Dat is een fantastisch transfermechanisme van belastingsgeld van de werkende bevolking naar de bezittende klasse, maar elk voordeel heeft zijn nadeel:

“De Amerikaanse industrie is zich al te zeer gaan hechten aan de gulle tepel van winstgevende Pentagon-bestellingen. Hierdoor werd ze minder competitief. En oude vijanden zoals Duitsland konden zo de “open deuren” die de VS voor zichzelf geschopt hadden mee benutten,” schrijft Jacques Pauwels. Op de plaats van “oude vijanden zoals Duitsland” zou vandaag ook “nieuwe concurrenten zoals China, Brazilië,…” kunnen staan.

Vijanden old style

Naast deze nieuwe concurrenten – die de VS en Europa met hun geduchte kapitalistische competitie een koekje van eigen deeg geven (de BRICS) – zijn er ook nog steeds “klassieke” vijanden, zoals in de periode van de “Koude Oorlog”.

Dat zijn de regeringen in het Zuiden die, al dan niet gedragen door volksbewegingen, een alternatieve maatschappij proberen op te bouwen: de overblijvende socialistische landen, maar ook bvb. Venezuela en haar bondgenoten in Latijns-Amerika (de ALBA-landen).

Hoe “democratisch” deze alternatieven ook zijn, voor het Westen blijven ze onaanvaardbaar en wel omwille van de twee reeds eerder aangehaalde redenen: 1) de rem die ze (zouden kunnen) zetten op “onze” toegang tot markten en grondstoffen, en 2) het risico op “besmetting” indien hun beleid sociale vooruitgang mogelijk maakt (de “domino”-theorie).

De wapenwedloop gaat door

De NAVO is niet van plan is om zich bij toekomstige confrontaties met oude of nieuwe vijanden iets gelegen te laten liggen aan het Internationaal Recht. Dat werd in 1993 al duidelijk uit de titel van een intern memorandum van de VS-ambassade aan haar bondgenoten op het NAVO-hoofdkwartier in Brussel: With the UN, whenever possible, without it when necessary.

Dat is ook de geest waarin de oorlogen tegen Joegoslavië, Afghanistan, Irak en Libië gevoerd zijn.

Het logische gevolg is een nieuwe wapenwedloop. Potentiële doelwitten van de NAVO kunnen zich immers niet permitteren om braaf af te wachten tot zij zelf aan de beurt zijn. Zij moeten zich bewapenen, om zich te verdedigen. Meer nog dan tijdens de Koude Oorlog zijn alle concurrenten van de VS (anti-kapitalistisch of niet) verplicht om schaarse economische middelen te besteden aan defensie in plaats van ontwikkeling.

Dat maakt de wereld niet alleen onveiliger en instabieler, het is ook een bron van groot onrecht. Je kan een euro maar één keer uitgeven. Gezondheidszorg of defensie? Onderwijs of defensie? Sociale huisvesting of defensie? De door de NAVO aan het Zuiden en de groeilanden opgelegde wapenwedloop zet overal een rem op de ontwikkeling van een samenleving waar de behoeften van de mensen op de eerste plaats komen. Ook in het Westen zelf trouwens. Denken we maar aan de 40 peperdure F-35 gevechtsvliegtuigen die sommigen in ons land willen kopen, wat wellicht 6 miljard zal gaan kosten.

BESLUIT

Naar aanleiding van 65 jaar NAVO is het goed om te benadrukken dat de Noord-Atlantische Verdagsorganisatie nooit iets te maken heeft gehad met ‘defensie’ in de zin van verdediging. Tenzij dan de verdediging van Westerse economische belangen, waar ook ter wereld, zo nodig met geweld. Dat heet agressie, niet ‘defensie’. De vraag is: wie wordt daar beter van? En hoe lang zal de wereld dit nog pikken?

Aanbevolen boeken

  • Ludo DE BRABANDER en Georges SPRIET: Als de NAVO de passie preekt (2009) – te bestellen in de intal shop
  • Michael PARENTI: Het Vierde Rijk. Of de brutale realiteit van de VS-wereldheerschappij (2003)
  • Jacques PAUWELS: De mythe van de ‘goede oorlog’. Amerika en de Tweede Wereldoorlog (2000)
  • Vijay PRASHAD: The Darker Nations. A People’s History of the Third World (2007)

Deze tekst van Marc-Antoon De Schrijver was eerst gepubliceerd op Intal

Written By

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *