Hommage aan een middelmatig genie

De kans dat u de Nederlandse Willem Kroon kent, is heel klein, om niet te zeggen onbestaand. De kans is echter heel groot dat u hem nooit meer vergeet na het zien van dit stuk. Meer nog, je verlaat de zaal met het gevoel dat je hem altijd hebt gekend.

“Er zit zoveel potentieel in mij, maar net zoals een projectiel over potentieel beschikt, zo heb ik een geweer nodig om afgeschoten te worden.” De woorden van een twaalfjarige. En geknald heeft het, zijn leven. Willem Kroon zouden we een middelmatig genie kunnen noemen, een bohemien die op zoek ging naar de grenzen van de talentloosheid. Een voorliefde voor mooie vrouwen en avantgardekunst lokten hem weg uit zijn geboortestad Rotterdam. Hij zou achtereenvolgens in Wroclaw, Turijn, Londen en Parijs wonen. Hij schreef (meestal absurde) stukken voor theater, soms al eens een liedtekst, bedacht performances, vertaalde kunstessays, en raakte bevriend met Samuel Beckett.

Pierre Sartenaer en Guy Dermul brengen de essentie van de kunstenaar tot leven in een vakkundig georchestreerde hommage. Vormelijk doet het werk misschien nog het meest denken aan een powerpointpresentatie van twee consciëntieuze schoolmeesters: er zijn foto’s, schetsen, landkaarten, en muziekfragmenten, die elk op hun beurt worden afgewisseld met theaterfragmenten die de twee acteurs zelf naspelen. Hun stem is bij momenten niet meer dan een ontlichaamde voice over, of een luidop voorgelezen voetnoot in een academisch werk, met dat verschil dat hun lichamen confronterend zichtbaar blijven.

Voor wie aanvoelt op wat voor ingenieuze manier verschillende media zoals drama, documentaire, didactische presentatie en biografie door elkaar worden geschoven en versmolten, is het van begin tot eind een festijn. Maar er zijn genoeg andere elementen die dit stuk genietbaar maken. “It’s my life and I do what I want” is een zelfverklaarde alternatieve vogelvlucht door de theatergeschiedenis van het naoorlogse Europa. Het confronteert de toeschouwer met zijn eigen onwetendheid over deze geschiedenis, roept vragen op over de artistieke waarde van kunstenaars die eeuwig in de schaduw van de canon zullen blijven, en is ook een ongewone stimulans om zelf weer aan het schrijven te gaan. Al is het maar omdat de kans bestaat ooit te worden opgepikt door een duo zoals dit, binnen een kleine honderd jaar.

“IT’S MY LIFE AND I DO WHAT I WANT” Toneelstuk – 5, 6, 7, 8 februari 2014 – KVS  – Arduinkaai 9, 1000 Brussel.

Thomas Buysens

Tags from the story

1 Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *