Alois Nebel – Nevelachtige trip in zwartwit

Het is alweer half zeven. Het elektrisch avondlicht valt de art nouveauhal van het Belgisch Stripcentrum binnen. Een prachtig gebouw, waar ik tot mijn schaamte nooit eerder ben binnengestapt. Op de eerste verdieping vindt de vernissage plaats van de Tsjechische graphic novel “Alois Nebel”, nu voor het eerst in het Frans vertaald. Een gemengde crowd – jong en oud, hip en casual, artyfarty en borderline – schuifelt met wijntje in de hand langs de kaders met het bijzondere tekenwerk van Jaromir 99, die samen met schrijver Jaroslav Rudiš in eigen land een status als cultster geniet. Wellicht verklaart dit waarom de zaal bruist van het enthousiasme en van de Tsjechische sisklanken.

Ik tik het glas aan met de vriendelijke Tsjechische schilder Adolf Milos. “Ik was als kind altijd heel bang toen ik over het Sudetenland hoorde spreken,” vertelt hij me (klik hier indien nodig voor een kleine geschiedenisles over het Sudetenland), “tot ik op mijn tiende ontdekte dat ik er zelf woonde.” Zijn jeugdherinneringen blijven vooral beperkt tot door bergen verdrongen dorpjes, badend in een tintenpalet van zwart, grijs en wit. “Ik herinner me evenzeer de felle kleuren van de snoeppapiertjes die mijn tantes meebrachten uit Duitsland. Ze staken af tegen de wereld die ik kende.” Het is in zekere zin eenzelfde “afgeslotenheid” die de zwartwitwereld van Alois Nebel oproept.

Ik heb de strip niet gelezen, maar dat maakt de tentoonstelling niet minder interessant. Cartonista’s weten dat de traditie van de graphic novel sterk geinspireerd werd door de Golden Age van de Amerikaanse comic (Superman, Wonder Woman), die op zijn beurt door de film noir (Howard Hawk, H. G. Wells), die dan weer door de Duitse expressionisten die Hitlers Duitsland waren ontvlucht (Fritz Lang, Robert Wiene). In een universum van scherpe inktlijnen en chiaroscuro dat de personages bewonen, herkent de lezer zijn eigen wereld. De graphic novelist werkt meestal vanuit de periferie en beschouwt ons als bondgenoten die “zien” (of tenminste willen zien) hoe de wereld werkelijk in elkaar zit. Vaak is die wereld melancholisch of gewelddadig. “Verdwaal in de mist en je wordt teruggevonden in de lente,” zo beschrijft scenarist Jaroslav Rudiš het Sudetenland tijdens de opening van deze tentoonstelling.

Een dergelijke wereld komt in deze prenten naar boven. We zien het hoofdpersonage, de spoorwegarbeider Alois Nebel, terwijl hij zit, slaapt, rookt, en dagdroomt, afgewisseld met shots van stations, treinen en ongure landschappen. De tekeningen lezen als het draaiboek van een film. De verfilming kwam er ook écht, (Tomás Lunák, 2011). De visuele kracht van de prenten was zo sterk dat geopteerd werd voor rotoscopie. Tekenfilms gemaakt met rotoscopie (Waking Life, Waltz for Bashir etc.) hebben altijd een raadselachtig, unheimlich effect: de handgetekende personages bewegen zich niet enkel als echte mensen, het zijn echte mensen, die daarna met tekenfilmtechnieken worden bewerkt. (Wie nog steeds niet weet waar het over gaat, kan dit even proberen.)

Of de ingekaderde kladversies volgens hem ook artistieke waarde hebben? We blijven staan voor een van de werkjes, een grote prent van een station vol pendelaars. Licht valt in door de glazen ramen. Klikkende hielen over een glimmende vloer. “Kunst heeft voor mij een andere betekenis,” antwoordt Milos, en hij wijst naar een detail, “maar ik vind het toch interessant om te zien hoe Jaromir deze achtergrondfiguren met enkele lijnen kan karakteriseren.” Trouwens, voor wie geinteresseerd mocht zijn in het geheime leven van verborgen achtergrondpersonages in stripverhalen (wie tot hier is geraakt in dit artikel, reken ik tot deze categorie), kan een kijkje nemen op de pagina van het 4CP-project. Onder het motto “Blow up your comics” zoomde John Hilgarth jarenlang digitaal in op kleine details van tekeningen in comics. Vaak vond hij zo raadselachtige, verborgen meesterwerkjes.

Het Belgisch Stipcentrum is een dynamisch stripmuseum, dat nauw samenwerkt met culturele centra en uitgeverijen. “Een keer of zeven per jaar stellen we in onze gallery een nieuwe strip tentoon,” legt directeur Willem De Graeve uit. “Vanzelfsprekend gaat het om strips waarin het centrum gelooft. Dit wordt een van de beste graphic novels die dit jaar in het Frans op de markt komt. Het samenvallen van de publicatie met deze tentoonstelling was trouwens een voorwaarde die wij als museum hebben gesteld.”

Stripliefhebbers die graag eens uit hun zetel komen dienen de agenda van het Stripmuseum in het oog te houden. De vernissages in de gallery zijn een unieke manier om een nieuwe strip te verkennen, en eventueel een praatje te slaan met de auteurs. Wie wil zien wat hij heeft gemist, heeft nog tijd tot 20 april om het Stripmuseum een bezoekje te brengen, kan hier klikken voor een preview van het werk, of kan de strip ook gewoon kopen (“Alois Nebel” door Jaroslav Rudis en Jaromir 99. Vertaling : Christine Laferrière. 14 februari 2014. 352 p. 17×23,7 cm. 28 €. Uitgeverij: Presque Lune.)

Wat? “Alois Nebel” – Tijdelijke tentoonstelling, actuele strips

Wanneer? Van 18 februari 2014 tot 20 april 2014

Waar? Belgisch Stripcentrum, Zandstraat 20, Brussel

Thomas Buysens

Tags from the story

1 Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *